Waar gaat het allemaal over?

woensdag 6 juni 2012

Voetbalvrouwing á la Maya

Gister bevond ik me in de ultieme branche in Nederland waar vrouwen nog aliens zijn: de voetbalwereld. Voor radio moest ik drie items maken met als thema sport. Na twee weken interne woede over het feit dat we niet gewoon het thema 'cultuur' hadden gekozen, besloot ik maar eens wat te gaan ondernemen. Die items zouden mij niet in mijn schoot geworpen worden en als ik volgend jaar nog steeds Journalistiek student zou zijn, was het wel van belang dat ik nu nog even mijn beste beentje voor zou zetten.

Ik belde de persvoorlichter van Jong Oranje op, gebruikte de magische zin: 'Ik ben een student aan de Hogeschool voor Journalistiek en ik wil graag een perskaart voor de wedstrijd van vanavond', soms zeg ik ook: 'Ik bel namens de Hogeschool voor Journalistiek...' dit staat allemaal iets professioneler dan: 'Hallo daar! Ik ben Maya, een spontane jonge meid die eerstejaarsstudent aan de Hogeschool voor Journalistiek is en ik vroeg me af of ik misschien een echte perskaart mocht voor de wedstrijd Jong Oranje tegen Jong Bulgarije. Iets met een foto van mezelf erop ofzo. Staat leuk voor in mijn plakboek. Ik wil er ook best voor betalen. Mocht dat nodig zijn. Ik weet niet of dat zo is. Ik doe dit voor het eerst. hihihihi'

Nougoed, perskaart geregeld, ik nam de trein naar Maastricht. In die trein was ik zo vol van het idee dat ik straks op de perstribune zou zitten naast allemaal keiharde sportjournalisten (mannen, misschien wel mooie mannen?) (ik was niet heel professioneel aan het dagdromen, ik geef het toe) dat de tijd voorbij vloog en ik ineens op het treinstation van Maastrich stond. Bus naar het stadion, uitstappen waar alle in oranje gehulde mensen uitstapten en even kon ik mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik geen oranje tulband had opgezet en mijn 'hoezo buitenspel?!' shirtje had thuisgelaten. Maar ik kon er niet lang bij stilstaan, moest door, want ik was keiharde voetbalvrouw van het goeie soort. (die dingen roept tijdens de wedstrijd waar mannen niet van denken: 'achh, kijk dat wiefje nou, die probeert ook mee te doen, wat schattig en strontirritant tegelijkertijd.')

De persingang, zo was mij vertelt, zat bij de hoekingang. Ik besloot het te vragen aan een paar politiemannen, want ik voelde me toch enigszins ongemakkelijk tussen al het oranje en testosteron geweld en wilde niet als hulpeloos teefje daar verdwaald rond huppelen.
'Hallo, mag ik wat vragen?'
'Dat doe je nu toch al?'
'Ha-ha, ja... Oké. Waar is de hoekingang (lul)?' (zei ik niet, dacht ik wil)
'Nou, dame, er zijn vier hoeken met ingangen. Daar is een hoek, daar is een hoek, daar is nog een...'
'Ja, ja. (ik raakte geïrriteerd) Maar ik bedoel de persingang.' (touché, had je niet verwacht hè, lompe limburgse politieman?)
'Oh, geen idee dame. Geen idee. Denk bij een van de hoekingangen en er zijn altijd... vííer hoeken, dus dan moet je even zoeken.'
'Goed. Nou, hartstikke bedankt hoor (droplul, eikel, klootzak, idioot, sukkel, impotente bosaap)!'

Na mijn innerlijk relaas over hoe ik van mening ben dat politiemannen altijd aardig moeten zijn, vooral tegen hulpeloze randstadjongeren verdwaald in Limburg, liep ik door en zocht bij de vier hoeken naar de persingang.

Ruim een half uur later vroeg ik uitgeput aan drie jongetjes met een camera of zij soms wisten waar die goddomde persingang was.
'Nee, wij zoeken hem ook.' antwoordde hij, zonder me aan te kijken.
'Goed, dan volg ik jullie.'
Zij schudde me behendig af en toen was een man met een laptoptas mijn volgende slachtoffer. 'Weet u misschien waar de persingang is?'
'Ik moest hier wachten.' alweer antwoord zonder me aan te kijken. Ik was wel blij met dit nieuwe kapsel, maar volgens mij heeft het niet het overweldigende effect op het andere geslacht waar ik op gehoopt had.

Uiteindelijk kwam ik de persruimte binnen en kreeg de schrik van mijn leven. Mannen. Overal mannen. Één vrouw, maar die leek op een man. Tjezus. Ik weet niet of ik me hier wel zo op mijn gemak voel. En wat weet ik eigenlijk van Jong Oranje? Waar ga ik het item over doen? Wat is mijn invalshoek? Wie is in hemelsnaam de coach? Hoe heet hij? Hoe staat het team ervoor? Wie spelen erin? Kutkutkut, dit had ik beter moeten voorbereiden.

Met mijn perskaart in mijn tas, plofte ik uiteindelijk op de perstribune die ik had gevonden door vriendjes te worden met de portier van de persruimte, de enige man in dit stadion die mij niet intimideerde. Ik had mezelf ondertussen in een razendtempo ingelezen en dankte de (niet geheel onaantrekkelijke) persman op mijn blote knieën voor de lijst waar de spelers op stonden. Let the game begin.

Hier is een klein feitje wat jullie moeten weten over de perstribune: het is er boring as hell. Ik was heel blij met de gezellige stagiar van de NOS naast me, want dan had ik nog iemand om tegenaan te lullen, maar verder is er geen zak aan. Iedereen zit daar maar een beetje te zitten. Ze juichen niet, doen niet mee aan de wave, kijken alsof ze met stokken worden geslagen als ze 2 seconden hun blik van het veld afwenden en hebben overduidelijk de dresscode doe-maar-normaal-dan-doe-je-al-gek-genoeg. (ben ik even blij dat ik m'n oranje tulband thuis heb gelaten, die had niet in mijn tas gepast en dan was ik nooit meer serieus genomen).

Tijdens de rust stond het 1-0 voor Nederland dankzij een penalty en werd ik vriendelijk gevraagd 'Dat kankerding bij haar weg te houden, want ze vond er geen zak aan.' toen ik met voicerecorder in mijn hand aan een meisje vroeg wat zij van de wedstrijd tot nu toe vond. Geen vrienden in de rokersruimte.

Er werd nog vier keer gescoord door Nederland in de tweede helft en mijn kennis over voetbal groeide verrassend dankzij de NOS stagiar die niet te beroerd was mij uit te leggen was buitenspel nou eigenlijk was en wie die goals had gescoord.

Na de 70ste minuut was mijn aandacht voor de wedstrijd wel voorbij en begon ik om me heen te kijken. Achter mij zat een jongen waarvan ik zweerde dat het een homo was en naast mij twee meiden die echt niet naar de wedstrijd waren gekomen voor het spel, maar overduidelijk voor de goeie broekjes en voetbalfans. Ik wilde hun dolgraag interviewen.

Ik: 'Wat vond je van de wedstrijd?'
Homoman: 'Ach meid, die wedstrijd kan me gestolen worden. Ik kijk liever naar de goeie benen en die lekkere persvoorlichter voor jou.'
Ik: 'Jaaa, heb je hem ook gezien? Wat een stuk hè?'
Homoman: 'Zeg dat wel. Jeetje. Ik heb elk goal gemist, omdat ik aan het fantaseren was over ons toekomstige huis met geadopteerd kind.'

Ik: 'Wat vonden jullie van de wedstrijd?'
Meisjes: 'Nou, ik vond vooral die nummer 10 een lekker ding en op nummer 7 zou ik ook wel een trucje kennen.'
Ik: 'Nummer 7 ja? Oh nee, die 10 snap ik wel, maar 7?! Kom op zeg. Meiden als jullie kunnen wel iets beters krijgen.'
Meisjes: 'Ja, denk je echt? Ik weet het niet hoor. Ik trek geen volle zalen, zeker niet met mijn dijen.'
Ik: 'Doe normaal man! Jullie zijn hartstikke mooi! Ik zou een moord doen voor jouw tieten en ik ben dik vier jaar ouder dan dat jullie zijn.'
Meisjes: 'Nou, laat je niet in de maling nemen hoor. Dit is push-up van Marlies Dekkers, als ik hem uitdoe heb ik niks meer over.'
Ik: 'Ach, zo zijn we allemaal begonnen. Je moest trots zijn op wie je bent en hoe je eruit ziet. Dit is nou eenmaal wat het is en vanuit mijn oogpunt is dat zeker een 10 waard!'

Leek me leuk. Maar ik vond dat ik me aan mijn missie moest houden: professionaliteit. Dus na de wedstrijd de persruimte in, persconferentie meegemaakt van de coach en daarna naar de Mixed Zone 'Waar spelers en pers elkaar ontmoeten.'. Wat wel leuk was, was dat de coach de gang inliep, mij aankeek, even stopte en toen zei: 'Zo, hallo.'. Ik weet niet waarom, maar het deed me goed.

Ik heb uiteindelijk Zeefuik getackeld en een interview met hem gedaan. Geen super spraakzame jongen, maar dat vond ik helemaal niet erg. Naar mijn mening had ik scherpe vragen gesteld en was ik trots op het feit dat ik met een voetballer had staan praten. Ookal vond hij zijn Blackberry interessanter dan het hele interview. (ik moet misschien toch écht wat aan dat kapsel doen, waar is mijn flipping mojo?).

Ik liep aan het einde weg van het stadion met kleine vlinders in mijn buik. Ik was zo blij dat ik dit gedaan had. Ik had me ondergedompeld in de woeste wereld der sportjournalistiek, geleerd wat buitenspel was, bijna een hele wedstrijd mijn aandacht erbij gehouden, een voetballer geïnterviewd en op de perstribune gezeten.

Maar hoe leuk het allemaal ook was en hoe graag ik ook een wilde meid in een mannenwereld wil zijn, de volgende keer dat ik vier uur reis,

is het voor de uitverkoop van push-up beha's van Marlies Dekkers.




dinsdag 10 april 2012

Lang leve de televisieliefde!

Ik weet niet waarom ik mezelf telkens weer door de emotionele malaise sleep die Anita met zich meebrengt, maar ik doe het. Niet om Anita, niet om de oude mensen die elkaar in de armen vallen, maar ik denk omdat ik graag kijk naar liefde.
Niet als in: laten we naar geconsumeerde liefde kijken en ‘Big Dicks deel III’ opzetten (ik weet niet zeker of die bestaat) (oké, eigenlijk wel ik heb het gegoogled, je hebt er zelfs varianten van zoals Aziatisch, donker etc.) nee, ik bedoel pure liefde. Onmogelijke liefde, oude liefde, echte liefde, bijna getrouwde liefde, langeafstandsliefde, dat soort onzin. (ik geef het toe, de enige reden dat ik het onzin noem is omdat mijn liefdesleven nu een vast krekelorkest heeft opgebouwd met allemaal ronddwarrelende hooibalen als publiek)

Ik vind het heerlijk als een uit de klei getrokken Hollandse al haar spullen pakt en in een dorp gaat wonen waar het 40 graden is in de schaduw, maar je toch totaal bedekt moet zijn. Normaal zou ik denken: ‘Jij idioot, waar ben je mee bezig?’ Maar dan zie je haar samen met haar woeste nomade en snap je het. Je betrapt jezelf erop dat je denkt: ‘Voor die bloedjegeile kamelentemmende hetert zou ik ook verhuizen naar de andere kant van de wereld.’

Maar even over Anita, waar dit hele verhaal mee begon, Anita moet ik soms gewoon even uitzetten. Dan handle ik het niet meer. Het verschil tussen ‘Grenzeloos verliefd’ (daar had ik het net over met die nomade) en ‘Memories’ is namelijk dat ze bij die laatste niet altijd allebei even verliefd zijn. Kijk, die grenzeloze liefde loopt ook wel een uit op kamelenstront, maar dan zie je tenminste wel eerst de speelse blikken en de verstrengelde handjes. Dan is de break-up slechts een bevestiging van het vreselijke beeld dat je als kind van gescheiden ouders hebt van de liefde.

Een vrouw die kilometers met de trein of het vliegtuig reist om haar lang verloren liefde nog eens op te zoeken vind ik mooi. Hoe ze dan vertelt over hoezeer ze in vuur en vlam stond bij een eerste aanraking en hoe hij haar voor het eerst in haar leven ‘vrouw’ liet voelen, prachtig. Ik snik nu al. Maar als je de man in kwestie dan in beeld hoort zeggen dat het voor hem slechts vriendschap was, tja, dan breekt mijn hart. Dat gaat zelfs mijn horrorscenario’s te ver. Arme vrouw! Reist zich drie keer in de rondte om later op tv terug te zien dat het allemaal voor Jan Lul was en de beste man niet de gevoelens deelt. Dat is gewoon cru. Ronduit leedvermaak. En leedvermaak, daar zijn programma’s over de liefde niet voor gemaakt.

Het seizoen van ‘Memories’ is nou afgelopen en daarom vind ik eigenlijk dat Anita een goeie kans heeft om het volgende seizoen anders aan te pakken. Daarom een kleine kattenbel aan Anita.


Beste Aniet,

Moet je luisteren. Ik ben een wanhopige studente die bij gebrek aan een televisie graag op uitzendinggemist jouw programma kijkt. Ja, ik huil, ja God wat een interviewtechniek, jeetje, wat een leuk tijdverdrijf, maar moet je kijken. Misschien is het, om in de sfeer van de liefde te blijven, een strak plan ook wat meer naastenliefde in je programma te verwerken. Leuk, die gefaalde liefdes die elkaar opzoeken, maar kies nou gewoon degenen die wel hetzelfde voelden of voelen voor elkaar. Denk een beetje aan je medemens. Aan die mevrouw die straks nog harder dan ik zit te huilen voor de buis, terwijl ze de liefde van haar leven hoort zeggen dat hij het slechts als een hele goeie vriendschap zag. POEF Anita, POEF, daar gaat de grote liefdesillusie van die vrouw. Wie ben jij om dat van iemand af te pakken?

Goed, voordat ik schriftelijk uit mijn poezelige slofjes schiet, zeg ik: denk er even over na. Het zou mij in ieder geval helpen om de schade die jouw programma heeft aangebracht in mijn alreeds geschade vertrouwen in de liefde te herstellen. Dan is het gewoon weer zoals romantische herinneringen horen te zijn: snikken om ware liefde.

Alvast hartstikke hartelijk bedankt,

Maya




maandag 26 maart 2012

gesprekken die door heel Nederland worden gevoerd

De een-slimme-meid-is-voorbereid types

'Wat een weer.'
'Nou, heerlijk, wie had dat nog gedacht hè?'
'Als het maar niet wordt als vorige zomer.'
'Och, nee, wat een drama.'
'Ja, dat was niet niks. Eerst zon, daarna alleen maar regen. Gelukkig vertrek ik dit jaar naar het buitenland.'
'Ik ook. Heb nog steeds nachtmerries van de vakantie naar Drenthe vorige zomer. We zijn wel drie keer met tent en al weggespoeld.'
'Echt? Wat erg joh.'
'Als ik mijn ogen dichtdoe, voel ik de natte sokken in mijn lekke kaplaarzen nog steeds.'
'Drama.'
'Ja.'
'Maar wat een weer hè?'
'Heerlijk, wie had dat gedacht.'

De mooi-de-wereld-is-mooi-zo-mooi-zo-mooi-zo-biebahboebah-beestig-mooi types (snap je deze niet, dan heb je niet genoeg Studio100 gekeken in je jonge jaren)

'Zo, jij hebt ook al een lekker kleurtje.'
'Ja, hè? Gister even in de tuin gewerkt. Ben daar helemaal niet zo van, maar met dit weer, heerlijk.'
'Ik weet het. Was van de week op het strand met de hond. Lekker even uitwaaien met de zon op je bol. Daar word je toch vrolijk van?'
'Bijna net zo vrolijk als van een rosébiertje op het terras.'
'Inderdaad, we boffen maar.'
'Nou, hè.'
'En die zonnebank is ook niet nodig.'
'Nee, je hebt al zo'n een lekker kleurtje.'

De ik-laat-me-mooi-niet-gek-maken types

'Die zon doet gekke dingen met mensen, Anja.'
'Ik weet het. Iedereen doet meteen alsof de wereld een mooiere plaats is. Door een klein beetje zon. Achterlijk gedoe.'
'Precies, ik hoor ze nog wel als het net als vorig jaar vanaf juni alleen nog maar regent.'
'Ha! Ja, dat zou wat zijn. Dan is de wereld ineens zo mooi niet meer.'
'Nee, dat bedoel ik, maar die van mij is dan geen spat veranderd hoor!'
'Die van mij ook niet, wij laten ons niet gek maken.'

De iedereen-kijkt-naar-muuuhh types

'Ik word zo blij van dat zonnetje.'
'Ik ook joh. En het is helemaal niet koud. Heb gister lekker op het balkon van Frits gelegen.'
'Heerlijk, ik in de tuin.'
'Dat durf ik niet meer. Kijk, ik hou niet van strepen hè, het moet allemaal een beetje egaal. Nou hou ik op het strand m'n bikini wel aan, maar thuis gaat alles uit hoor.'
'Echt waar?'
'Jaaahaa, alleen ik heb een buurman..'
'Och, een gluurder, zul je altijd zien.'
'Joh, ik heb gewoon geen privacy in mijn eigen tuin!'
'Belachelijk!'
'Vind ik dus ook. Ik bedoel, moet ik mijn tuin gaan afdekken, omdat ik toevallig nog drie verdiepingen boven me heb wonen? Ik vind dat je elkaar gewoon een beetje rust gunt.'
'Wat je zegt.'
'Smerig ventje.'
'Bah.'

De ik-zoek-ruzie-om-kleine-dingen types 

'Lekker weertje hè?'
'Ja, fantastisch.Ik vind het ook helemaal niet koud.'
'Nou, ik vind het in de schaduw nog best frisjes hoor.'
'Ja? Ik vind het meevallen.'
'Nee, ik niet, we moeten niet overenthousiast worden hè.'
'Overenthousiast niet, ik vind gewoon dat je dankbaar moet zijn voor dit soort weer in maart.'
'Als het aanhoudt tot augustus, dàn ben ik enthousiast.'
'Beetje laat.'
'Beetje realistisch.'

daar is ie weer

Dames en heren,

ik heb jullie er ondertussen mee doodgegooid, maar dat interesseert me vrij weinig. Hier gaan we voor de laatste ronde:

Een vrolijke Amerikaan die sinds twee en een half jaar in Amsterdam woont en zich daar met van alles en nog wat bezig houdt. Het is een man met een duidelijke visie op zowel de Amerikaanse politiek als op de kunst van het vrouwenversieren. De Hollandse vrouw heeft voor hem geen geheimen meer en hij na deze drie wonderbaarlijke minuten niet meer voor ons.

Give it up for: The Chadman.






Houdt u bij het kijken van dit filmpje alstublieft rekening met alle bloed, zweet en tranen die hierin hebben gezeten, met daar bovenop een dramatische afbraak van mijn liefde voor het liedje 'home'. Dat nummer kan ik sinds de 6 slopende dagen die in de montage hebben gezeten niet meer horen zonder in blinde paniek te denken 'waar is mijn stem?' 'waar blijft de voice-over?' 'NEEEE, hij is niet wéér gewist, alsjeblieft niet!' Je snapt: dat nummer wordt in mijn Utrechtse paleisje niet meer gedraaid.

zondag 18 maart 2012

Paulien, bedankt

Ik ben fan van Paulien Cornelisse. Okè, na het lezen van 'Taal is zegmaar echt mijn ding' kun je nooit meer een normaal gesprek voeren zonder jezelf continu de dingen te horen zeggen waar Paulien zich zo aan ergert, maar alles went. Althans, dat hoop je. Nu is het alleen zo dat ze in 'En dan nog iets' iets heeft geschreven wat een gevolg voor mij heeft meegebracht waar niet aan te wennen valt.

Dat zit zo: ik heb een kat. Een grote, dikke, kwijlende kat die nooit weet of ze nou binnen of buiten wil zijn en daarom om de haverklap tegen 't raam staat te rijden. We hebben haar al elf jaar en het beest is onderdeel van ons gezin geworden. Niet in die mate dat we haar op de kerstkaart zetten met zo'n gestempeld pootje eronder, maar ze hoort erbij. Haar naam is Streepje.

Nou blijkt Paulien Cornelisse ook een kat te hebben. Een jonkie nog. Die toevalligerwijs ook Streepje heet. En ik wou echt, serieus, dat dat niet het geval was.

'Ik heb een nieuwe kat. Ze heet Streepje. Meteen in de eerste week dat ik haar had, zei iemand tegen mij dat die naam hem deed denken aan geschoren schaamhaar. Sindsdien noem ik Streepje Streep.' - Paulien Cornelisse in 'En dan nog iets'

Bedankt, Paulien.

Ik zie sinds jouw briljante opmerking niet meer mijn oude vertrouwde kat waar ik zo lekker mee kan knuffelen. Nee, ik zie een geschoren schaamhaar met kwijl aan de lippen die tegen het raam aan staat te rijden. Ik kan je vertellen dat je daar krijg nou niet per sé knuffeldrang van krijgt. Dus namens mijn ondertussen vereenzaamde kat en mijzelf:

serieus Paulien,

BEDANKT.

dinsdag 28 februari 2012

geef me chocola

Ik had graag in de zaal gezeten. Ik had zelfs mijn geliefde cabaretles aan de kant gezet om de gezichten van het publiek te zien toen onze oerhollandse uit de klei getrokken Rifaella (wilde Rihanna en Raffaëlla samenvoegen en daar een sensationele naam van maken, maar het wil niet lukken, daarom dit nichtje van rivella) in haar stoeipoezenpak het podium betrad. Dat moet me het moment wel zijn geweest. Ik denk dat bij het oudere publiek de bloeddrukken tot ongekende hoogtes schoten en de homo's blij waren met hun eigen (slappe aftreksel van) Rihanna.

Toch wil ik even iets kwijt aan deze beste, amper in kleding gehulde, meid:

Luister,

ik ben er ook gek op. Sterker nog: ik lust er wel pap van! Maar om er nou zoiets over te zingen vind ik onterend. Deze substantie heeft menig vrouw door haar maandelijkse feestje geloodst en dat verdient geen songfestival sensatie in lelijke rode sokjes. Zoiets verdient odes, poëzie, kleinkunst, kunst in het algemeen, proza, literatuur, gebeden, offers, maar meer dan dat alles verdient het respect. En dat heb jij het niet gegeven. Je maakt het bijna belachelijk zelfs. Wij vrouwmensen vinden het allemaal heerlijk, maar niemand, ik herhaal NIEMAND, vindt chocolade zó lekker. Het gaat te ver. Je maakt een satire van iets dat zoveel vrouwen steun heeft geboden in zware liefdesverdriet tijden. Dat kun je niet maken Riha.. Rafaëlla! Daarbij zou ik het onwijs waarderen als je me het nummer van je styliste stuurt. Dan schiet ik die even af voor je. Nee, geen weerwoord, het zal gebeuren. Dat zijn namelijk de dingen die je overhebt voor je medemens. Uit waardering. Dat doe je in zulke gevallen gewoon. En liedjes schrijven over chocolade en daarbij dansen als een valse pussykat, dat doe je niet.

Ik geef het advies graag, maar mocht je nou echt iets terug willen doen:

stuur maar een doos Merci's, dan kan ik die jankend uit plaatsvervangende schaamte opeten terwijl ik jou zie bedelen om een chocolaatje.


donderdag 23 februari 2012

doe de Rutger

Er zijn weinig momenten waarop ik een Rutger-Castricumpje wil doen. Dat is een moment waarop je een medemens echt totaal in de zeik neemt en indirect voor lul zet. Ik heb die neiging niet zo, ben vaak vrij medemenslievend, maar er is één ding dat de Rutger in mij doet opleven.

Als iemand mij als een mongool behandelt.

Je hebt van die mensen die omdat je een meisje bent, of een serveerster, of blond, of ja, geen idee eigenlijk waarom, je benaderen alsof je niet helemaal goed in je bovenkamer bent. Zo heb ik ooit een jongen gehad die in de Merz op een super drukke en luidruchtige avond een biertje bestelde. Ik verstond de beste man niet door de dubbele tong en binnenmondsheid, dus ik zei: 'sorry?' Waarop de jongen een tap beweging maakte en zei: 'Zjee weet wel, dat gele spul dat uit die tap daar bij jullie komt, een bieeerrrtsjjee.' Alle mannelijke vrienden aan de tafel begonnen te lachen en ik voelde Rutger vanuit mijn tenen omhoog kruipen.

Eerst dacht ik: jouw hoofd gaat door mijn dienblad, hoe hard ik ook moet slaan en hoe onmogelijk het ook is. Mijn tweede gedachte was: Maya, geweld lost niks op. (goed eigenlijk hè?) Dus zei ik: 

oooooohhh, een biertje, ja, daar heb ik wel eens van gehoord inderdaad. Een biertje dus. Had dat meteen gezegd! Door je dubbele tong, gestamel en het feit dat articuleren blijkbaar niet een van je grootste talenten is, had ik niet helemaal door wat je zei. Maargoed, ik neem je niks kwalijk en zeg: neem nog zo'n lekker tappie!

Een vriendelijke lach erbij en de mannen lachten dit keer de kant van de rood wordende jongen op.

Erg sterk ben ik er niet in, want ik had 10.000 betere antwoorden kunnen bedenken, maar ik voelde de jongeheer van de desbetreffende jongen krimpen met zeker een centimeter, dus ik was wel tevreden.

Soms voel ik Rutger ook opkomen bij mensen die geen slechte bedoelingen hebben. Mensen die gewoon, simpelweg, een hele domme vraag stellen. Dit gebeurde mij afgelopen week bij de apotheek. Misschien wat persoonlijk, maar ik kwam daar mijn spiraal ophalen. Een doos van zeker een halve meter werd op de toonbank gelegd en ik voelde het bloed uit mijn gezicht wegtrekken.

De vrouw achter de toonbank keek mij vriendelijk aan, legde haar hand voorzichtig op de doos en zei (serieus): 'ik neem aan dat je een afspraak bij het ziekenhuis hebt?'
Ik moest mezelf beheersen, want deze vrouw bedoelde het niet vervelend, maar och man wat had ik graag gezegd:

'Nee hoor. Nee, nee, ik zet hem altijd zelf. Ja, weetje mevrouw ik ben heel lenig geboren. Dus alles wat je dan nog nodig hebt is een handspiegel en een tube Pjur en tot je elleboog erin. De eerste keer deed zeer en ik heb hem ook wel eens door mijn zusje laten zetten, omdat ik toen last had van mijn rug, en dat is gaan zweren, zwéren, dat wil je niet weten. Heel dat ding kwam er twee weken later uitzetten. Daar moest ik wel even van bijkomen, maargoed, dan herstel je een maandje en probeer je het opnieuw. Ik denk altijd: niks wat zo'n mannelijke gyneacoloog met mijn vriendelijke liefdesgrot kan, dat ik zelf niet zou kunnen. Dus onder dat motto, nee, geen afspraak, maar bedankt en fijne dag nog!'

Hup die doos onder mijn oksel en fluitend de apotheek uit.

Ik heb het niet gedaan. Achteraf spijt. Ik mompelde wat flauwtjes 'ja, ik ben niet van plan hem zelf erin te jassen mevrouw' en liep toen met een vriendelijke 'bedankt hoor' de apotheek uit.

Dat is namelijk het grote verschil tussen de Rutger á la Maya en de ekte, ekte:

mijn Rutger kan zich verdomd goed beheersen.