Het begint bij een worsteling door allerlei moeilijkheden als: 'Shit ik heb alleen een pyjamabroek, kan ik daarin gaan? Waar ga ik mijn pony laten? Naar achter met een speldje? Dan lijk ik wel geestelijk beperkt.. en ik maak al geen beste indruk met die broek. Hmm.. pony gewoon laten gaan dan maar. En ga ik daar douchen of beter van niet? Het is toch altijd een zelfbeeldverwoestend moment als ik in vol ornaat plaats neem tussen al die strakke lijven die op de één of andere manier ook gezegend zijn met een flinke bos hout voor de deur. (ik verdom U dat U mij heeft opgezadeld met een voorgevel die meer weg heeft van twee wandelende takken) Nou, oké, niet daar douchen, pony laten we hangen en dit is echt de laatste keer dat ik in pyjamabroek ga.'
De rit er naartoe lijkt altijd extreem lang, maar eenmaal halverwege denk ik: 'God wat ben ik lekker bezig, kijk mij eens verantwoordelijkheid nemen voor mijn eigen gezondheid!'. Om mijn peuk voor de oprit snel in de bosjes te mikken, uit angst dat mensen denken dat ik een hypocriete trut ben.
Eerst moet ik drie trappen op, hyperventilerend kom ik aan bij de balie. Daar staan twee gebruind, gespierd en gelukkig uitziende mensen. Een combinatie die mij volkomen onbekend is. Ik groet hen en zij groeten mij bijna eng vriendelijk terug. Ik denk: 'Wat lief'. Waar ik drie stappen op terug kom, omdat ik vermoed dat ze zo vrolijk gemutst zijn omdat ik hen waarschijnlijk herinner aan hoe zij ooit ook waren: ongezond en balend. Voor mij was het een simpele groet, voor hen was het een bevestiging van hoe ver ze ondertussen zijn gekomen. Wat een sneu geval ben je als je geniet van andermans ellende. Ik heb meteen een hekel aan hen allebei.
Bij de deur van de kleedkamer haal ik eerst diep adem voordat ik hem open doe. En jahoor, ik was er al bang voor. Het eerste waar mijn oog op valt is een volslank vrouwelijk geslachtsdeel (in de volksmond bekend als een 'hamsterkut') met een nauwkeurig bijgehouden streepje. Ik groet de moeder van middelbare leeftijd en stort mezelf in een innerlijk dilemma over mijn kinderwens. Terwijl ik mezelf en mijn sekse vervloek voel ik ineens twee ogen prikken. Oh God, nee, zeg dat het niet zo..
'Hèèè..'
De vage bekende met prachtig lijf en veel gezonder haar dan ik en geen wallen en wel een lach op haar gezicht en wel mooi zonder make-up kijkt me verrast aan.
'Ik had jou hier niet verwacht.'
Kutopmerking.
'Oh nee? Hoezo niet? Ik ben gek op sporten! Lekker je hoofd leeg maken, lekker bewegen, lekker douchen.'
Geen idee waarom ik dat laatste zei, echt geen idee.
'Ik dacht altijd dat jij een hekel had aan sporten joh.'
'Ja vroeger, maar hallo, zijn we niet allemaal een puber geweest, ha-ha.' Ze lacht niet. 'Nee, gekkigheid. Je wordt ouder en leert toch verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen gezondheid hè. Mijn lijf moet tenslotte nog even mee.'
'Ja, oke, precies.' zegt ze terwijl haar ogen vallen op mijn pyjamabroek.
Betrapt en vuurrood gris ik het ding van de bank stamel dat mijn sportbroekje-van-een-hip-merk nog in de was zat.
'Ah ja, vandaar, okè. Nou..succes hè! En nog een tip: als je je pony zo laat hangen tijdens het sporten gaat het helemaal zweten en krijg je allemaal puisten op je voorhoofd, je kan hem beter met een haarbandje of iets naar achter doen. Hier wacht, ik heb nog een speldje. Zo, kijk, veel beter! Misschien niet de mooiste oplossing, maar dat is niks om je voor te schamen, niemand ziet er hier uit!'
Met een verkracht voorhoofd kijk naar haar Nike sportkleding die haar lijf lijkt te knuffelen en wil haar slaan.
'Fijn, heel fijn, gouden tip, te gek, dankjewel hè! Sportse!'
Als de kleedkamerdeur in het slot valt plof ik op een houten kleedkamerbankje. De moeder van middelbare leeftijd heeft overduidelijk gesmuld van mijn gênante conversatie en staat wat na te grinniken. Ik ben kapot en besef me dan tot overmaat van ramp dat het sporten nog moet beginnen..
woensdag 7 mei 2014
woensdag 17 juli 2013
Met je 'generatie KPN'
Op het moment probeer ik voor de zevenendertigste keer vanochtend een Skype gesprek aan te knopen met het verloren liefje, zoals ik hem heel casual noem sinds hij besloten heeft precies de elf dagen voor mijn drie weken durende vakantie ook op vakantie te gaan.
Ik zit hier met een kloppende halsslagader de moderne technologie te vervloeken terwijl mijn Skype me probeert gerust te stellen met de mededeling dat ze het gesprek aan het herstellen zijn. Maar waar ik eerst alleen geluid had en toen alleen beeld, is er nu niks meer over. Geen romantische rendez vu waarbij we elkaar diep in de ogen kijken en vertellen hoeveel we elkaar missen, geen handkusjes met bijbehorend geluid, geen stiekem geflirt van de ene wereld naar de andere, dit is pure frustratie op de vroege ochtend. Geen sterk begin van de dag.
En het zet me aan het denken. Die technologie van tegenwoordig is natuurlijk prachtig. Je kunt met al je vrienden van Hongkong tot Siofok (daar zit ie dus, mocht iemand weten of Siofok bekend staat om zijn idioot mooie meiden met perfect geknipte korte kapsels en zwierende heupen: hou het voor je, trut) in contact komen en urenlang van de ene uithoek van de wereld naar de andere gesprekken voeren over boeiende onderwerpen als het weer daarzo en het teleurstellende Nederlandse weer en dat je weer aan het vervellen bent of dat je maar geen bruin vachtje krijgt of dat de zonnebrand hier echt ontzettend duur is en je dat uiteraard weer vergeten was in te pakken of dat je werk echt begint te vervelen en je je afvraagt welk jurkje leuker staat die met die bloemetjes of die zwarte etc. etc.
Maar aangezien ons Skype gesprek voorgoed is opgegeven en ik teleurgesteld, maar gelukkig nog wel ongedouched (ik had echt gebaald als ik hier als een soort uiterlijk ultieme versie van mezelf had zitten wachten in m'n schattigste jurk) in mijn kamer een 'het moet er even uit'-sigaret aan het roken ben bedenk ik me hoe leuk een kaartje was geweest.
Vroeger stuurde ik altijd kaartjes als ik op vakantie was. Of beter gezegd, aangezien ik niet het meest attente persoon ben die ooit deze aardkloot heeft bewandeld, mijn moeder dwong me om kaartjes te sturen. Dan stuurde ik zonnetjes met teksten als 'Lieve opa en oma, het is hier hartstikke leuk en ik krijg elke dag een ijsje van papa maar mama weet niet dat het een magnum is dus niet zeggen hè! xxx Maya'.
Dat is duidelijke taal. Opa en oma kregen een glimlach op hun gezicht als ze het lazen, vonden mijn vader een ruggengraatloze lul, omdat ze heus wel wisten dat ik heel wat heb gejengeld voordat mijn waterijsje een dagelijkse magnum werd, prikte het kaartje op het prikbord en gingen door met hun leven.
Alleen maar positieve dingen. Een glimlach, een kaartje wat je kunt bewaren en af en toe nog eens terug kan lezen, een gegrond oordeel over hun schoonzoon (in mijn ogen zijn de meeste gegronde oordelen vaak veel leuker dan oordelen waarvan je daarna denkt: goh, ik nou, poeh, jeetje, warm hier.. ik eh, zat er misschien een tikkie tikkeltje naast wat jou betreft dan.. je bent eh, best wel, op zich dan, okè, ofzo, ik ben een kut, sorry) en niks van frustratie of: Nou, als je een beetje een kleinkind bent spreek je zo'n toch kaart zelf in. En waarom zit er geen beeld bij? En die tekst kraakt er ook maar op los. Ik vind het een onduidelijke bedoeling dit. En daar ben ik dan ook nog eens vroeg mijn nest voor uit gekomen. Wat een ellende.
Maar nee, wij moesten zo nodig Skypen. Want het is 2013 en geen 1996. ('gaven jouw ouders je op je 5e elke dag een magnum?! je vader heeft écht geen ruggengraat!').
Lekker á la generatie KPN achter je laptop met je ochtendhoofd. En balen. En chagrijnig. En vloeken. En boos. En veel te vroeg veel te veel roken uit frustratie. En je laptop kapot willen maken. En onwillekeurige personen in je omgeving heel veel pijn willen doen, omdat je de wereld nou eenmaal een minder leuke plek vind op dit moment en anderen de schuld wil geven.
Maar ik weet al wat ik ga doen. En dat is niet mijn huisgenoot aanvallen of laptop het raam uit gooien, nee, ik ga straks douchen, aankleden, opmaken, op de fiets naar de Hema, koop twee kaarten waarvan ik er één verscheur in tienduizend stukjes en naar het hoofd van de dichtstbijzijnde persoon smijt terwijl ik hard gil: 'DIE VOOR JE!! MET JE GENERATIE KPN!', dan ren ik heel hard weg uit angst voor een arrestatie, stap op de fiets, rijd naar huis en daar pak ik al mijn kleurtjes, teken de meest mooie grijze wolk met een klein zonnetje die het universum ooit heeft gezien en schrijf erbij:
Lieve liefste, het is hier maar suf en saai zonder jou en ik heb je een foto van m'n borsten gestuurd via whatsapp zodat je die kan zien als je terug bent, niet aan mijn ouders vertellen hè! xxx Maya
Ik zit hier met een kloppende halsslagader de moderne technologie te vervloeken terwijl mijn Skype me probeert gerust te stellen met de mededeling dat ze het gesprek aan het herstellen zijn. Maar waar ik eerst alleen geluid had en toen alleen beeld, is er nu niks meer over. Geen romantische rendez vu waarbij we elkaar diep in de ogen kijken en vertellen hoeveel we elkaar missen, geen handkusjes met bijbehorend geluid, geen stiekem geflirt van de ene wereld naar de andere, dit is pure frustratie op de vroege ochtend. Geen sterk begin van de dag.
En het zet me aan het denken. Die technologie van tegenwoordig is natuurlijk prachtig. Je kunt met al je vrienden van Hongkong tot Siofok (daar zit ie dus, mocht iemand weten of Siofok bekend staat om zijn idioot mooie meiden met perfect geknipte korte kapsels en zwierende heupen: hou het voor je, trut) in contact komen en urenlang van de ene uithoek van de wereld naar de andere gesprekken voeren over boeiende onderwerpen als het weer daarzo en het teleurstellende Nederlandse weer en dat je weer aan het vervellen bent of dat je maar geen bruin vachtje krijgt of dat de zonnebrand hier echt ontzettend duur is en je dat uiteraard weer vergeten was in te pakken of dat je werk echt begint te vervelen en je je afvraagt welk jurkje leuker staat die met die bloemetjes of die zwarte etc. etc.
Maar aangezien ons Skype gesprek voorgoed is opgegeven en ik teleurgesteld, maar gelukkig nog wel ongedouched (ik had echt gebaald als ik hier als een soort uiterlijk ultieme versie van mezelf had zitten wachten in m'n schattigste jurk) in mijn kamer een 'het moet er even uit'-sigaret aan het roken ben bedenk ik me hoe leuk een kaartje was geweest.
Vroeger stuurde ik altijd kaartjes als ik op vakantie was. Of beter gezegd, aangezien ik niet het meest attente persoon ben die ooit deze aardkloot heeft bewandeld, mijn moeder dwong me om kaartjes te sturen. Dan stuurde ik zonnetjes met teksten als 'Lieve opa en oma, het is hier hartstikke leuk en ik krijg elke dag een ijsje van papa maar mama weet niet dat het een magnum is dus niet zeggen hè! xxx Maya'.
Dat is duidelijke taal. Opa en oma kregen een glimlach op hun gezicht als ze het lazen, vonden mijn vader een ruggengraatloze lul, omdat ze heus wel wisten dat ik heel wat heb gejengeld voordat mijn waterijsje een dagelijkse magnum werd, prikte het kaartje op het prikbord en gingen door met hun leven.
Alleen maar positieve dingen. Een glimlach, een kaartje wat je kunt bewaren en af en toe nog eens terug kan lezen, een gegrond oordeel over hun schoonzoon (in mijn ogen zijn de meeste gegronde oordelen vaak veel leuker dan oordelen waarvan je daarna denkt: goh, ik nou, poeh, jeetje, warm hier.. ik eh, zat er misschien een tikkie tikkeltje naast wat jou betreft dan.. je bent eh, best wel, op zich dan, okè, ofzo, ik ben een kut, sorry) en niks van frustratie of: Nou, als je een beetje een kleinkind bent spreek je zo'n toch kaart zelf in. En waarom zit er geen beeld bij? En die tekst kraakt er ook maar op los. Ik vind het een onduidelijke bedoeling dit. En daar ben ik dan ook nog eens vroeg mijn nest voor uit gekomen. Wat een ellende.
Maar nee, wij moesten zo nodig Skypen. Want het is 2013 en geen 1996. ('gaven jouw ouders je op je 5e elke dag een magnum?! je vader heeft écht geen ruggengraat!').
Lekker á la generatie KPN achter je laptop met je ochtendhoofd. En balen. En chagrijnig. En vloeken. En boos. En veel te vroeg veel te veel roken uit frustratie. En je laptop kapot willen maken. En onwillekeurige personen in je omgeving heel veel pijn willen doen, omdat je de wereld nou eenmaal een minder leuke plek vind op dit moment en anderen de schuld wil geven.
Maar ik weet al wat ik ga doen. En dat is niet mijn huisgenoot aanvallen of laptop het raam uit gooien, nee, ik ga straks douchen, aankleden, opmaken, op de fiets naar de Hema, koop twee kaarten waarvan ik er één verscheur in tienduizend stukjes en naar het hoofd van de dichtstbijzijnde persoon smijt terwijl ik hard gil: 'DIE VOOR JE!! MET JE GENERATIE KPN!', dan ren ik heel hard weg uit angst voor een arrestatie, stap op de fiets, rijd naar huis en daar pak ik al mijn kleurtjes, teken de meest mooie grijze wolk met een klein zonnetje die het universum ooit heeft gezien en schrijf erbij:
Lieve liefste, het is hier maar suf en saai zonder jou en ik heb je een foto van m'n borsten gestuurd via whatsapp zodat je die kan zien als je terug bent, niet aan mijn ouders vertellen hè! xxx Maya
zondag 10 februari 2013
Bejaarden op een bankje in het Julianapark
'Ik dacht toen ik die sneeuw zag gister, nee, niet weer
hoor, ik heb nog steeds spierpijn van die kou van een paar weken terug. Ik kon
eindelijk weer eens normaal opstaan, is die rotkou er weer.'
'Maar gelukkig schijnt de zon nu en zitten we lekker op het
bankje, hè.'
'Ja, maar Bert, ik weet het niet hoor. Nu ik ook weer loop
te tobben met dat eksteroog op mijn kleine teen die van die pijnscheuten in
mijn been veroorzaakt ga ik toch denken: waar doe ik het nog voor?'
'Laten we het nu even gezellig houden Tini.'
'Jij wilt gewoon niet luisteren naar mij.'
'Dat is het niet lieverd, het is gewoon dat je soms even
moet genieten van het moment en dit is een mooi moment.'
'Ik vind er anders niks aan, mijn hele broek is doorweekt,
je zei dat je het bankje wel even droog zou maken, nou, ik merk er niets van.'
'Ik ben de theedoek thuis vergeten.'
'Oh, nou komt de aap uit de mouw. Dat zei je er net niet
bij.'
'Ik heb het met mijn jas gedaan.'
'Weet ik. Ik zag je wel schuiven over die bank, heen-en-weer
als een seniele gek, maar ik denk ik zal eens kijken of ie er zelf over begint
straks.'
'Waarover?'
'Dat jij net tegen mij zei dat je de theedoek van huis had
meegenomen, terwijl je hem gewoon bent vergeten.'
'Wanneer heb ik dat gezegd?'
'Toen we langs de slager liepen. Daar bij de Amsterdamse.'
'Heb ik toen..'
'Toen heb jij tegen mij gezegd dat jij de theedoek bij je
had. Ik vroeg er nog speciaal naar.'
'Dat kan ik me echt niet meer herinneren Tini. En anders zal
ik niet door hebben gehad dat ik hem was vergeten.'
'Je luistert gewoon nooit naar mij.'
'Dat is niet waar Tini, echt niet.'
'Waarom ben ik dan gister naar de dokter geweest?'
'Voor dat eksteroog.'
'En waar nog meer voor?'
'Voor je, je, nou, je bronchitis.'
'Nee. Alleen voor dat eksteroog. Je zit hier gewoon glashard
te verzinnen Bert.'
‘Maar jij vroeg mij..'
'Het was een strikvraag, Bert!'
'Maar schat, jij gaat zo vaak naar de dokter, ik hou het
allemaal niet meer bij.'
'Wil jij soms zeggen dat ik een aansteller ben Bert
Borstjes?'
‘Nee, helemaal niet. Ik weet dat je moeilijk ter been bent
en last heb van kwaaltjes, ik probeer je daar toch altijd in te steunen.’
‘Kwaaltjes? Jij noemt het kwaaltjes?’
‘Nou, nee, kwalen meer. Natuurlijk.’
‘Ik wou net zeggen. Dat wat jij hebt met die heup. Dat is
een kwaaltje.’
‘Dat wilde ik nog vertellen, ik ben bij het ziekenhuis geweest
en ik moet op de snijtafel.’
‘Waarom dan?’
‘Ik moet een nieuwe.’
‘Je hebt je zeker weer lopen aanstellen daar?’
‘Nee, ze zagen het op de foto’s.’
‘Als je maar niet denkt dat je thuis kunt herstellen.’
‘Ze begonnen ook al over een zorghotel.’
‘Dat lijkt mij een heel goed idee. Met mijn gezondheid kan
ik er echt niet zo’n patiënt bij hebben. En mannen die ziek zijn, zijn sowieso
een crime.’
‘Ja, ik zit dan gewoon in een zorghotel daar vlakbij Ledig
Erf.’
‘Daar helemaal?’
‘Ja.’
‘Dat is een pokkenend. Hoe moet ik daar komen?’
‘Er zit vlakbij een bushalte.’
‘Nou dan zal ik je voor het eerst een langere periode weinig gaan zien Bert, want je weet hoe ik ben met bussen.’
‘Ja dat weet ik.’
‘Wanneer moet je?’
‘Over anderhalve maand.’
‘Zie je, als je nog zo lang kan, dan is het lang zo dringend
niet, toch? Lijkt me'
'Ik weet het niet Tini.'
'Het zal eens anders wezen. Nou, kom op hup, we gaan.’
‘Maar we zitten net.’
‘Bert, je moet niet denken dat jouw nieuws niks met mij
doet. Ik heb een zieke man, ja. Dat vind ik erg en ik wil naar huis. Pak de
stoel.’
‘Kom maar zitten.’
‘Help me even wil je.’
‘Zo.’
‘Ja, en rollen maar Bert. Kom op, voort, duwen, kun je
straks meteen aan het eten beginnen, want ik heb honger gekregen van al die emotionele toestanden.’
Het stadhuis
'Ik kom voor..'
'Een paspoort, ja, daar is deze balie voor, dat heb je bij de ingang al aangegeven.'
'Ohja.'
'Paspoort?'
'Ja, daar kom ik dus voor.'
'Mag ik je paspoort?'
'Nou, die wil ik hier graag laten maken.'
'Je hebt nog geen paspoort?'
'Nee, dat lijkt me log..'
'ID-kaart?'
'Die heb ik al.'
'Ja, mag ik je ID-kaart?'
'Oh, ja, hier.'
'1.65?'
'Sorry?'
'Dat denk ik niet.'
'Wat?'
'Ga eens tegen die paal staan.'
'Tegen de..'
'Paal, daar, staan.'
'Oh, oke..'
'Ja hoor, 1.74, ha, als ik het niet dacht, jij bent geen 1.65, dat zie je zo. Hakje?'
'Had u me wat?'
'Heb je een hakje onder je schoen?'
'Niet echt.'
'Maken we er voor de zekerheid 1.72 van.'
'1.72?'
'Ja. Pasfoto?'
'Hier. Hij is niet zo mooi..'
'Dat zijn ze nooit.'
'Dat weet u vast beter dan ik, u zie..'
'Zo, gescand.'
'Goed, ja.. eh..'
'Vinger.'
'Vinger?'
'Op het plaatje.'
'Natuurlijk, ja, vinger op het plaatje, zo deze..'
'Duim.'
'Duim ook op het plaatje. Zo.'
'Andere vinger.'
'Koud plaatje wel.'
'Duim'
'Is dat van glas?'
'Nee.'
'Oke, goed, plastic kan o..'
'Kijk eens. Over 5 dagen, hier, met dit formulier, verder niks en dan krijg je je paspoort.'
'5 dagen, hier, met formulier.'
'Werkdagen.'
'Ja, oke.'
'Fijne dag.'
'Ja, u ook hoor. Werkse hè..'
'Een paspoort, ja, daar is deze balie voor, dat heb je bij de ingang al aangegeven.'
'Ohja.'
'Paspoort?'
'Ja, daar kom ik dus voor.'
'Mag ik je paspoort?'
'Nou, die wil ik hier graag laten maken.'
'Je hebt nog geen paspoort?'
'Nee, dat lijkt me log..'
'ID-kaart?'
'Die heb ik al.'
'Ja, mag ik je ID-kaart?'
'Oh, ja, hier.'
'1.65?'
'Sorry?'
'Dat denk ik niet.'
'Wat?'
'Ga eens tegen die paal staan.'
'Tegen de..'
'Paal, daar, staan.'
'Oh, oke..'
'Ja hoor, 1.74, ha, als ik het niet dacht, jij bent geen 1.65, dat zie je zo. Hakje?'
'Had u me wat?'
'Heb je een hakje onder je schoen?'
'Niet echt.'
'Maken we er voor de zekerheid 1.72 van.'
'1.72?'
'Ja. Pasfoto?'
'Hier. Hij is niet zo mooi..'
'Dat zijn ze nooit.'
'Dat weet u vast beter dan ik, u zie..'
'Zo, gescand.'
'Goed, ja.. eh..'
'Vinger.'
'Vinger?'
'Op het plaatje.'
'Natuurlijk, ja, vinger op het plaatje, zo deze..'
'Duim.'
'Duim ook op het plaatje. Zo.'
'Andere vinger.'
'Koud plaatje wel.'
'Duim'
'Is dat van glas?'
'Nee.'
'Oke, goed, plastic kan o..'
'Kijk eens. Over 5 dagen, hier, met dit formulier, verder niks en dan krijg je je paspoort.'
'5 dagen, hier, met formulier.'
'Werkdagen.'
'Ja, oke.'
'Fijne dag.'
'Ja, u ook hoor. Werkse hè..'
zaterdag 27 oktober 2012
Arrogante vintage
Er is iets naars aan de hand in Utrecht. Een verbond van arrogante tweedehandskledingverkopers is opgestaan en die hebben de marktwerking in hun branche tot een heel nieuw level getild. Volgens mij zijn er zelfs prijsafspraken gemaakt, geheime meetings georganiseerd en wordt de tweedehandskledingliefhebber nu bewust een oor aan genaaid.
En die tweedehandskledingofiel ben ik. C'est moi. Bin ich. Is me.
Laatst liep ik een winkeltje vlak bij mijn werk binnen. Ik was er al meerdere malen langs gefietst en mijn vermoeden was dat daar wel eens gebruikte kleding kon hangen. Dus op een mooie maandag besloot ik ervoor te gaan. En ja hoor. Bij het zien van de kledingrekken voor de winkel behangen met allerlei unieke kledingstukken en alle maten door elkaar gehusseld maakte mijn hart een sprongetje zoals het alleen doet als ik een nieuwe potentieel favoriete winkel heb gevonden.
Een vrouw met een intellectueel uitziende bril zat aan een tafel. De geur in de winkel, een mengelmoes van geurstokjes van de Rituals en muffe ouwe meuk , drong mijn neus binnen. Ik zei vrolijk: 'Hallo.' De vrouw knikte. (ik had toen al kunnen weten dat deze onderneming wel eens een teleurstelling zou kunnen worden, in goedkope winkeltjes werken vaak mensen tegen een hongersloon die het liefst hun hele levensverhaal in één adem over je heen donderen, omdat ze maar drie klanten per dag krijgen en daardoor hunkeren naar contact). Ik begon nonchalant door de winkel te lopen en zocht wat in de rekken. In mijn hoofd werkte ik het gebruikelijke rijtje af:
- Schoon, check
- Redelijke kwaliteit, check
- Mijn maat, check
- Beetje leuke merken, check
- Prijs..
Alsof ik in mijn bek geslagen werd. Een H&M jurkje in mijn hand en een kaartje met daarop €20,- die me uitdagend aankeek alsof het wilde zeggen: 'Jaha, jij dacht dat Europa in een flinke crisis zat, maar ik bewijs dat jij zo diep in de doffe financiele ellende zit dat je niet eens meer fatsoenlijke tweedehandskleding kunt kopen! HA! L tot the oserrrrr.' Ik liet snel het jurkje los, gaf Lynn de 'CODE ROOD, CODE ROOD' blik. En vluchtte de winkel uit.
De intellectuele bril keek niet eens op.
Eenmaal buiten en na wat mond-op-mond van Lynn kwam ik bij en drong het besef tot me door.. tweedehands is een hype in Utrecht. Waar ik eerst Amsterdam al verloren ben aan de 'vintage' kleding, is nu ook mijn stadsie me ontnomen. Hoe kom ik hier ooit bovenop?
Een dag na 'Het Grote Besef', zoals ik het zelf heel casual noem, zat ik op mijn bank met een kop thee in mijn hand naar mijn open kledingkast te staren. In mijn hoofd ging ik de prijzen af. Ook ik ben de laatste tijd vaak genoeg gezwicht voor de 'vintage' kleding. Met als betekenis van dat woord: 'veel te dure tweedehandskleding uit de jaren '80 en '90, waar makkelijk €25,- of meer voor betaald word, aangezien het in deze tijden hip is om je te kleden in oma's ouwe meuk.' Ik stelde me een gesprek voor.
Lichtgroene Episode rok (€25,-): Ga bij me weg, je stinkt.
Zwart kringloop jurkje (€4,50 uit de goeie ouwe tijd): Wat? Ik ben hier ook maar gehangen, laat me!
Rok: Oh, je geur trekt in me, bah, anti-kringloopspray!
Jurkje: Nou, hou op!
Rok: Je bent zóó 2011 dat zelfs mijn oma niet met je gezien zou willen worden.
Jurkje: Zo, nou, zeg, jij bent dan toevallig wel mooi ofzo? Je doet wel interessant en alles, maar ondertussen ben je gewoon een neppert!
Rok: Moi? Ehm hallo.. like, wie ben jij om dat te zeggen, ik ben wel 'vintage' hoor.
Jurkje: Dus, nou, en wat dan nog? Dat is ook maar een naam. Je bent net zo tweedehands als ik!
Rok: Oh, don't you dare to compare mij met jou. Echt like, nee.
Roze H&M shirt (€9,95): Girls, girls, we zijn allemaal even uniek op onze eigen, bijzondere, aparte, persoonlijke manier.
Rok: Jij moet helemaal je mond houden, jij bent nieuw. Daar zit niet voor niks het woord 'ieuw' in.
Shirt: Jeetje tijger. Mi-auw.
Jurkje: Laat hem met rust ja!
Rok: Oh, ga je het nu ook nog voor hem opnemen? Je bent een schande voor onze kledingbranche.
Jurkje: Jij juist! Wij horen schatten te zijn die je vind onderin een koffer op een vlooienmarkt met heel groot een A4-tje met daarop 'Van jou voor maar €1,-!' erboven. Niet kleding die uitgestald is in een winkel die wel design lijkt en met prijzen die de 'normale vrouw' niet eens kan betalen!
Rok: Jij bent zó oldfashion. Ik heb het gewoon bijna met je te doen.
Jurkje: Jij bent zó hip dat ik misselijk van je word.
Rok: Neem het terug.
Jurkje: Nooit.
Shirt: Zullen we anders gewoon weer hangen?
Rok: Als het maar niet bij mij in de buurt is.
Jurkje: Ik wil het niet eens.
Rok: Opschuiven dan, trut.
En na dit gesprek (dat, ik moet het er toch bij zeggen voordat iedereen zich zorgen gaat maken over mijn psychische gesteldheid, verzonnen is in de conditie van een kater die mijn hersenen aanvrad die dag) heb ik iets besloten. Ik koop niet meer bij Episode, Second Sas, Zipper, Sier, Sussies en al die andere winkels die tweedehands kleding verkopen voor prijzen hoger dan de H&M, ik koop alleen nog maar écht tweedehands. Het is boycotten geblazen vanuit principe en het is nog goed voor mijn portemonnee ook. Ha! Ik laat me geen oor aannaaien.
Zelfs al istie vintage.
En die tweedehandskledingofiel ben ik. C'est moi. Bin ich. Is me.
Laatst liep ik een winkeltje vlak bij mijn werk binnen. Ik was er al meerdere malen langs gefietst en mijn vermoeden was dat daar wel eens gebruikte kleding kon hangen. Dus op een mooie maandag besloot ik ervoor te gaan. En ja hoor. Bij het zien van de kledingrekken voor de winkel behangen met allerlei unieke kledingstukken en alle maten door elkaar gehusseld maakte mijn hart een sprongetje zoals het alleen doet als ik een nieuwe potentieel favoriete winkel heb gevonden.
Een vrouw met een intellectueel uitziende bril zat aan een tafel. De geur in de winkel, een mengelmoes van geurstokjes van de Rituals en muffe ouwe meuk , drong mijn neus binnen. Ik zei vrolijk: 'Hallo.' De vrouw knikte. (ik had toen al kunnen weten dat deze onderneming wel eens een teleurstelling zou kunnen worden, in goedkope winkeltjes werken vaak mensen tegen een hongersloon die het liefst hun hele levensverhaal in één adem over je heen donderen, omdat ze maar drie klanten per dag krijgen en daardoor hunkeren naar contact). Ik begon nonchalant door de winkel te lopen en zocht wat in de rekken. In mijn hoofd werkte ik het gebruikelijke rijtje af:
- Schoon, check
- Redelijke kwaliteit, check
- Mijn maat, check
- Beetje leuke merken, check
- Prijs..
Alsof ik in mijn bek geslagen werd. Een H&M jurkje in mijn hand en een kaartje met daarop €20,- die me uitdagend aankeek alsof het wilde zeggen: 'Jaha, jij dacht dat Europa in een flinke crisis zat, maar ik bewijs dat jij zo diep in de doffe financiele ellende zit dat je niet eens meer fatsoenlijke tweedehandskleding kunt kopen! HA! L tot the oserrrrr.' Ik liet snel het jurkje los, gaf Lynn de 'CODE ROOD, CODE ROOD' blik. En vluchtte de winkel uit.
De intellectuele bril keek niet eens op.
Eenmaal buiten en na wat mond-op-mond van Lynn kwam ik bij en drong het besef tot me door.. tweedehands is een hype in Utrecht. Waar ik eerst Amsterdam al verloren ben aan de 'vintage' kleding, is nu ook mijn stadsie me ontnomen. Hoe kom ik hier ooit bovenop?
Een dag na 'Het Grote Besef', zoals ik het zelf heel casual noem, zat ik op mijn bank met een kop thee in mijn hand naar mijn open kledingkast te staren. In mijn hoofd ging ik de prijzen af. Ook ik ben de laatste tijd vaak genoeg gezwicht voor de 'vintage' kleding. Met als betekenis van dat woord: 'veel te dure tweedehandskleding uit de jaren '80 en '90, waar makkelijk €25,- of meer voor betaald word, aangezien het in deze tijden hip is om je te kleden in oma's ouwe meuk.' Ik stelde me een gesprek voor.
Lichtgroene Episode rok (€25,-): Ga bij me weg, je stinkt.
Zwart kringloop jurkje (€4,50 uit de goeie ouwe tijd): Wat? Ik ben hier ook maar gehangen, laat me!
Rok: Oh, je geur trekt in me, bah, anti-kringloopspray!
Jurkje: Nou, hou op!
Rok: Je bent zóó 2011 dat zelfs mijn oma niet met je gezien zou willen worden.
Jurkje: Zo, nou, zeg, jij bent dan toevallig wel mooi ofzo? Je doet wel interessant en alles, maar ondertussen ben je gewoon een neppert!
Rok: Moi? Ehm hallo.. like, wie ben jij om dat te zeggen, ik ben wel 'vintage' hoor.
Jurkje: Dus, nou, en wat dan nog? Dat is ook maar een naam. Je bent net zo tweedehands als ik!
Rok: Oh, don't you dare to compare mij met jou. Echt like, nee.
Roze H&M shirt (€9,95): Girls, girls, we zijn allemaal even uniek op onze eigen, bijzondere, aparte, persoonlijke manier.
Rok: Jij moet helemaal je mond houden, jij bent nieuw. Daar zit niet voor niks het woord 'ieuw' in.
Shirt: Jeetje tijger. Mi-auw.
Jurkje: Laat hem met rust ja!
Rok: Oh, ga je het nu ook nog voor hem opnemen? Je bent een schande voor onze kledingbranche.
Jurkje: Jij juist! Wij horen schatten te zijn die je vind onderin een koffer op een vlooienmarkt met heel groot een A4-tje met daarop 'Van jou voor maar €1,-!' erboven. Niet kleding die uitgestald is in een winkel die wel design lijkt en met prijzen die de 'normale vrouw' niet eens kan betalen!
Rok: Jij bent zó oldfashion. Ik heb het gewoon bijna met je te doen.
Jurkje: Jij bent zó hip dat ik misselijk van je word.
Rok: Neem het terug.
Jurkje: Nooit.
Shirt: Zullen we anders gewoon weer hangen?
Rok: Als het maar niet bij mij in de buurt is.
Jurkje: Ik wil het niet eens.
Rok: Opschuiven dan, trut.
En na dit gesprek (dat, ik moet het er toch bij zeggen voordat iedereen zich zorgen gaat maken over mijn psychische gesteldheid, verzonnen is in de conditie van een kater die mijn hersenen aanvrad die dag) heb ik iets besloten. Ik koop niet meer bij Episode, Second Sas, Zipper, Sier, Sussies en al die andere winkels die tweedehands kleding verkopen voor prijzen hoger dan de H&M, ik koop alleen nog maar écht tweedehands. Het is boycotten geblazen vanuit principe en het is nog goed voor mijn portemonnee ook. Ha! Ik laat me geen oor aannaaien.
Zelfs al istie vintage.
vrijdag 10 augustus 2012
France
Het is de vijfde week in la France. Jezusmina wat gaat het snel. Er zijn natuurlijk uitermate veel leuke dingen gebeurd, maar ik ben hier toch ook om veel, heel veel, te werken. Op het terras, achter de bar, ijsjesverkoop, emporter (in de volksmond ook wel snackbar of friet van piet genoemd) en in het winkeltje.
Ik weet dat die laatste een soort suffe bijsmaak heeft, maar Nederlanders in een Frans campingwinkeltje, geloof me, daar is niks saais aan.
Wat wordt er allemaal verkocht in la épicerie? (ik denk tenminste dat je het zo schrijft.. mijn Frans is er niet echt spectaculair op vooruit gegaan hier). We hebben: de cereales (seriaal), campagne (kampanje), baguette (baket), flute (fluut), croissant (krossant), pain au chocolate (pen o chocolaat), pain au raisin (pen o raaizen) en natuurlijk water etc. Maar de broden zijn het leukst. Even een paar kleine toppers uit onze verzameling Frans á la Hollandais:
De platte Hollander
- Goeiemorruguh, mag ik een paijn auw razijn en twee fluitjes?
De we-geven-er-een-eigen-draai-aan Hollander
- Goed, ik wil een baguette, flute en doe er maar een tjeerales bij.
Sorry, een wat meneer?
Zo'n tjeeraales.
Ahh, de cereales.
De anonieme alcoholische Hollander
- Hallo, ik wil graag een champagne.
Champagne?
Jazeker, champagne.
De kleine Hollander
*meisje schuift een briefje over de toonbank*
Ik lees in kinderhandschrift:
4 krozant
1 paket
De ik-ken-het-onder-een-andere-naam Hollander
- Goeiemorgen, mag ik een pijn?
Een pijn?
Ja, zo'n pijn. *man wijst naar flute die blijkbaar in andere delen van Frankrijk een pain heet*
We hebben er nog véél meer, maar dit zijn wel degenen waarbij wij over de toonbank gerold zijn van het lachen. Uiteraard nadat man/vrouw/kind veilig en met een vrolijke 'Fijne dag!' de deur uit zijn gelopen.
Och jongens, Hollanders zijn zo'n maf volk. Maar ondanks dat ik hier in klein kikkerland zit en er weinig Frans is, behalve die broden, mis ik de mafkezen. En de grachtjes, de terrasjes, het 'Hallo mop' als je in Amsterdam een kleine kledingwinkel binnenstapt en zelfs de Volendamse liedjes met hun zangers die niet van de tv te meppen zijn. Ik mis het.
Nog een week en dan zijn we er weer. In Holland. Waar een pain au raisin gewoon een koffiebroodje heet en een flute een stokbrood,
héérlijk.
Ik weet dat die laatste een soort suffe bijsmaak heeft, maar Nederlanders in een Frans campingwinkeltje, geloof me, daar is niks saais aan.
Wat wordt er allemaal verkocht in la épicerie? (ik denk tenminste dat je het zo schrijft.. mijn Frans is er niet echt spectaculair op vooruit gegaan hier). We hebben: de cereales (seriaal), campagne (kampanje), baguette (baket), flute (fluut), croissant (krossant), pain au chocolate (pen o chocolaat), pain au raisin (pen o raaizen) en natuurlijk water etc. Maar de broden zijn het leukst. Even een paar kleine toppers uit onze verzameling Frans á la Hollandais:
De platte Hollander
- Goeiemorruguh, mag ik een paijn auw razijn en twee fluitjes?
De we-geven-er-een-eigen-draai-aan Hollander
- Goed, ik wil een baguette, flute en doe er maar een tjeerales bij.
Sorry, een wat meneer?
Zo'n tjeeraales.
Ahh, de cereales.
De anonieme alcoholische Hollander
- Hallo, ik wil graag een champagne.
Champagne?
Jazeker, champagne.
De kleine Hollander
*meisje schuift een briefje over de toonbank*
Ik lees in kinderhandschrift:
4 krozant
1 paket
De ik-ken-het-onder-een-andere-naam Hollander
- Goeiemorgen, mag ik een pijn?
Een pijn?
Ja, zo'n pijn. *man wijst naar flute die blijkbaar in andere delen van Frankrijk een pain heet*
We hebben er nog véél meer, maar dit zijn wel degenen waarbij wij over de toonbank gerold zijn van het lachen. Uiteraard nadat man/vrouw/kind veilig en met een vrolijke 'Fijne dag!' de deur uit zijn gelopen.
Och jongens, Hollanders zijn zo'n maf volk. Maar ondanks dat ik hier in klein kikkerland zit en er weinig Frans is, behalve die broden, mis ik de mafkezen. En de grachtjes, de terrasjes, het 'Hallo mop' als je in Amsterdam een kleine kledingwinkel binnenstapt en zelfs de Volendamse liedjes met hun zangers die niet van de tv te meppen zijn. Ik mis het.
Nog een week en dan zijn we er weer. In Holland. Waar een pain au raisin gewoon een koffiebroodje heet en een flute een stokbrood,
héérlijk.
woensdag 6 juni 2012
Voetbalvrouwing á la Maya
Gister bevond ik me in de ultieme branche in Nederland waar vrouwen nog aliens zijn: de voetbalwereld. Voor radio moest ik drie items maken met als thema sport. Na twee weken interne woede over het feit dat we niet gewoon het thema 'cultuur' hadden gekozen, besloot ik maar eens wat te gaan ondernemen. Die items zouden mij niet in mijn schoot geworpen worden en als ik volgend jaar nog steeds Journalistiek student zou zijn, was het wel van belang dat ik nu nog even mijn beste beentje voor zou zetten.
Ik belde de persvoorlichter van Jong Oranje op, gebruikte de magische zin: 'Ik ben een student aan de Hogeschool voor Journalistiek en ik wil graag een perskaart voor de wedstrijd van vanavond', soms zeg ik ook: 'Ik bel namens de Hogeschool voor Journalistiek...' dit staat allemaal iets professioneler dan: 'Hallo daar! Ik ben Maya, een spontane jonge meid die eerstejaarsstudent aan de Hogeschool voor Journalistiek is en ik vroeg me af of ik misschien een echte perskaart mocht voor de wedstrijd Jong Oranje tegen Jong Bulgarije. Iets met een foto van mezelf erop ofzo. Staat leuk voor in mijn plakboek. Ik wil er ook best voor betalen. Mocht dat nodig zijn. Ik weet niet of dat zo is. Ik doe dit voor het eerst. hihihihi'
Nougoed, perskaart geregeld, ik nam de trein naar Maastricht. In die trein was ik zo vol van het idee dat ik straks op de perstribune zou zitten naast allemaal keiharde sportjournalisten (mannen, misschien wel mooie mannen?) (ik was niet heel professioneel aan het dagdromen, ik geef het toe) dat de tijd voorbij vloog en ik ineens op het treinstation van Maastrich stond. Bus naar het stadion, uitstappen waar alle in oranje gehulde mensen uitstapten en even kon ik mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik geen oranje tulband had opgezet en mijn 'hoezo buitenspel?!' shirtje had thuisgelaten. Maar ik kon er niet lang bij stilstaan, moest door, want ik was keiharde voetbalvrouw van het goeie soort. (die dingen roept tijdens de wedstrijd waar mannen niet van denken: 'achh, kijk dat wiefje nou, die probeert ook mee te doen, wat schattig en strontirritant tegelijkertijd.')
De persingang, zo was mij vertelt, zat bij de hoekingang. Ik besloot het te vragen aan een paar politiemannen, want ik voelde me toch enigszins ongemakkelijk tussen al het oranje en testosteron geweld en wilde niet als hulpeloos teefje daar verdwaald rond huppelen.
'Hallo, mag ik wat vragen?'
'Dat doe je nu toch al?'
'Ha-ha, ja... Oké. Waar is de hoekingang (lul)?' (zei ik niet, dacht ik wil)
'Nou, dame, er zijn vier hoeken met ingangen. Daar is een hoek, daar is een hoek, daar is nog een...'
'Ja, ja. (ik raakte geïrriteerd) Maar ik bedoel de persingang.' (touché, had je niet verwacht hè, lompe limburgse politieman?)
'Oh, geen idee dame. Geen idee. Denk bij een van de hoekingangen en er zijn altijd... vííer hoeken, dus dan moet je even zoeken.'
'Goed. Nou, hartstikke bedankt hoor (droplul, eikel, klootzak, idioot, sukkel, impotente bosaap)!'
Na mijn innerlijk relaas over hoe ik van mening ben dat politiemannen altijd aardig moeten zijn, vooral tegen hulpeloze randstadjongeren verdwaald in Limburg, liep ik door en zocht bij de vier hoeken naar de persingang.
Ruim een half uur later vroeg ik uitgeput aan drie jongetjes met een camera of zij soms wisten waar die goddomde persingang was.
'Nee, wij zoeken hem ook.' antwoordde hij, zonder me aan te kijken.
'Goed, dan volg ik jullie.'
Zij schudde me behendig af en toen was een man met een laptoptas mijn volgende slachtoffer. 'Weet u misschien waar de persingang is?'
'Ik moest hier wachten.' alweer antwoord zonder me aan te kijken. Ik was wel blij met dit nieuwe kapsel, maar volgens mij heeft het niet het overweldigende effect op het andere geslacht waar ik op gehoopt had.
Uiteindelijk kwam ik de persruimte binnen en kreeg de schrik van mijn leven. Mannen. Overal mannen. Één vrouw, maar die leek op een man. Tjezus. Ik weet niet of ik me hier wel zo op mijn gemak voel. En wat weet ik eigenlijk van Jong Oranje? Waar ga ik het item over doen? Wat is mijn invalshoek? Wie is in hemelsnaam de coach? Hoe heet hij? Hoe staat het team ervoor? Wie spelen erin? Kutkutkut, dit had ik beter moeten voorbereiden.
Met mijn perskaart in mijn tas, plofte ik uiteindelijk op de perstribune die ik had gevonden door vriendjes te worden met de portier van de persruimte, de enige man in dit stadion die mij niet intimideerde. Ik had mezelf ondertussen in een razendtempo ingelezen en dankte de (niet geheel onaantrekkelijke) persman op mijn blote knieën voor de lijst waar de spelers op stonden. Let the game begin.
Hier is een klein feitje wat jullie moeten weten over de perstribune: het is er boring as hell. Ik was heel blij met de gezellige stagiar van de NOS naast me, want dan had ik nog iemand om tegenaan te lullen, maar verder is er geen zak aan. Iedereen zit daar maar een beetje te zitten. Ze juichen niet, doen niet mee aan de wave, kijken alsof ze met stokken worden geslagen als ze 2 seconden hun blik van het veld afwenden en hebben overduidelijk de dresscode doe-maar-normaal-dan-doe-je-al-gek-genoeg. (ben ik even blij dat ik m'n oranje tulband thuis heb gelaten, die had niet in mijn tas gepast en dan was ik nooit meer serieus genomen).
Tijdens de rust stond het 1-0 voor Nederland dankzij een penalty en werd ik vriendelijk gevraagd 'Dat kankerding bij haar weg te houden, want ze vond er geen zak aan.' toen ik met voicerecorder in mijn hand aan een meisje vroeg wat zij van de wedstrijd tot nu toe vond. Geen vrienden in de rokersruimte.
Er werd nog vier keer gescoord door Nederland in de tweede helft en mijn kennis over voetbal groeide verrassend dankzij de NOS stagiar die niet te beroerd was mij uit te leggen was buitenspel nou eigenlijk was en wie die goals had gescoord.
Na de 70ste minuut was mijn aandacht voor de wedstrijd wel voorbij en begon ik om me heen te kijken. Achter mij zat een jongen waarvan ik zweerde dat het een homo was en naast mij twee meiden die echt niet naar de wedstrijd waren gekomen voor het spel, maar overduidelijk voor de goeie broekjes en voetbalfans. Ik wilde hun dolgraag interviewen.
Ik: 'Wat vond je van de wedstrijd?'
Homoman: 'Ach meid, die wedstrijd kan me gestolen worden. Ik kijk liever naar de goeie benen en die lekkere persvoorlichter voor jou.'
Ik: 'Jaaa, heb je hem ook gezien? Wat een stuk hè?'
Homoman: 'Zeg dat wel. Jeetje. Ik heb elk goal gemist, omdat ik aan het fantaseren was over ons toekomstige huis met geadopteerd kind.'
Ik: 'Wat vonden jullie van de wedstrijd?'
Meisjes: 'Nou, ik vond vooral die nummer 10 een lekker ding en op nummer 7 zou ik ook wel een trucje kennen.'
Ik: 'Nummer 7 ja? Oh nee, die 10 snap ik wel, maar 7?! Kom op zeg. Meiden als jullie kunnen wel iets beters krijgen.'
Meisjes: 'Ja, denk je echt? Ik weet het niet hoor. Ik trek geen volle zalen, zeker niet met mijn dijen.'
Ik: 'Doe normaal man! Jullie zijn hartstikke mooi! Ik zou een moord doen voor jouw tieten en ik ben dik vier jaar ouder dan dat jullie zijn.'
Meisjes: 'Nou, laat je niet in de maling nemen hoor. Dit is push-up van Marlies Dekkers, als ik hem uitdoe heb ik niks meer over.'
Ik: 'Ach, zo zijn we allemaal begonnen. Je moest trots zijn op wie je bent en hoe je eruit ziet. Dit is nou eenmaal wat het is en vanuit mijn oogpunt is dat zeker een 10 waard!'
Leek me leuk. Maar ik vond dat ik me aan mijn missie moest houden: professionaliteit. Dus na de wedstrijd de persruimte in, persconferentie meegemaakt van de coach en daarna naar de Mixed Zone 'Waar spelers en pers elkaar ontmoeten.'. Wat wel leuk was, was dat de coach de gang inliep, mij aankeek, even stopte en toen zei: 'Zo, hallo.'. Ik weet niet waarom, maar het deed me goed.
Ik heb uiteindelijk Zeefuik getackeld en een interview met hem gedaan. Geen super spraakzame jongen, maar dat vond ik helemaal niet erg. Naar mijn mening had ik scherpe vragen gesteld en was ik trots op het feit dat ik met een voetballer had staan praten. Ookal vond hij zijn Blackberry interessanter dan het hele interview. (ik moet misschien toch écht wat aan dat kapsel doen, waar is mijn flipping mojo?).
Ik liep aan het einde weg van het stadion met kleine vlinders in mijn buik. Ik was zo blij dat ik dit gedaan had. Ik had me ondergedompeld in de woeste wereld der sportjournalistiek, geleerd wat buitenspel was, bijna een hele wedstrijd mijn aandacht erbij gehouden, een voetballer geïnterviewd en op de perstribune gezeten.
Maar hoe leuk het allemaal ook was en hoe graag ik ook een wilde meid in een mannenwereld wil zijn, de volgende keer dat ik vier uur reis,
is het voor de uitverkoop van push-up beha's van Marlies Dekkers.
Ik belde de persvoorlichter van Jong Oranje op, gebruikte de magische zin: 'Ik ben een student aan de Hogeschool voor Journalistiek en ik wil graag een perskaart voor de wedstrijd van vanavond', soms zeg ik ook: 'Ik bel namens de Hogeschool voor Journalistiek...' dit staat allemaal iets professioneler dan: 'Hallo daar! Ik ben Maya, een spontane jonge meid die eerstejaarsstudent aan de Hogeschool voor Journalistiek is en ik vroeg me af of ik misschien een echte perskaart mocht voor de wedstrijd Jong Oranje tegen Jong Bulgarije. Iets met een foto van mezelf erop ofzo. Staat leuk voor in mijn plakboek. Ik wil er ook best voor betalen. Mocht dat nodig zijn. Ik weet niet of dat zo is. Ik doe dit voor het eerst. hihihihi'
Nougoed, perskaart geregeld, ik nam de trein naar Maastricht. In die trein was ik zo vol van het idee dat ik straks op de perstribune zou zitten naast allemaal keiharde sportjournalisten (mannen, misschien wel mooie mannen?) (ik was niet heel professioneel aan het dagdromen, ik geef het toe) dat de tijd voorbij vloog en ik ineens op het treinstation van Maastrich stond. Bus naar het stadion, uitstappen waar alle in oranje gehulde mensen uitstapten en even kon ik mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik geen oranje tulband had opgezet en mijn 'hoezo buitenspel?!' shirtje had thuisgelaten. Maar ik kon er niet lang bij stilstaan, moest door, want ik was keiharde voetbalvrouw van het goeie soort. (die dingen roept tijdens de wedstrijd waar mannen niet van denken: 'achh, kijk dat wiefje nou, die probeert ook mee te doen, wat schattig en strontirritant tegelijkertijd.')
De persingang, zo was mij vertelt, zat bij de hoekingang. Ik besloot het te vragen aan een paar politiemannen, want ik voelde me toch enigszins ongemakkelijk tussen al het oranje en testosteron geweld en wilde niet als hulpeloos teefje daar verdwaald rond huppelen.
'Hallo, mag ik wat vragen?'
'Dat doe je nu toch al?'
'Ha-ha, ja... Oké. Waar is de hoekingang (lul)?' (zei ik niet, dacht ik wil)
'Nou, dame, er zijn vier hoeken met ingangen. Daar is een hoek, daar is een hoek, daar is nog een...'
'Ja, ja. (ik raakte geïrriteerd) Maar ik bedoel de persingang.' (touché, had je niet verwacht hè, lompe limburgse politieman?)
'Oh, geen idee dame. Geen idee. Denk bij een van de hoekingangen en er zijn altijd... vííer hoeken, dus dan moet je even zoeken.'
'Goed. Nou, hartstikke bedankt hoor (droplul, eikel, klootzak, idioot, sukkel, impotente bosaap)!'
Na mijn innerlijk relaas over hoe ik van mening ben dat politiemannen altijd aardig moeten zijn, vooral tegen hulpeloze randstadjongeren verdwaald in Limburg, liep ik door en zocht bij de vier hoeken naar de persingang.
Ruim een half uur later vroeg ik uitgeput aan drie jongetjes met een camera of zij soms wisten waar die goddomde persingang was.
'Nee, wij zoeken hem ook.' antwoordde hij, zonder me aan te kijken.
'Goed, dan volg ik jullie.'
Zij schudde me behendig af en toen was een man met een laptoptas mijn volgende slachtoffer. 'Weet u misschien waar de persingang is?'
'Ik moest hier wachten.' alweer antwoord zonder me aan te kijken. Ik was wel blij met dit nieuwe kapsel, maar volgens mij heeft het niet het overweldigende effect op het andere geslacht waar ik op gehoopt had.
Uiteindelijk kwam ik de persruimte binnen en kreeg de schrik van mijn leven. Mannen. Overal mannen. Één vrouw, maar die leek op een man. Tjezus. Ik weet niet of ik me hier wel zo op mijn gemak voel. En wat weet ik eigenlijk van Jong Oranje? Waar ga ik het item over doen? Wat is mijn invalshoek? Wie is in hemelsnaam de coach? Hoe heet hij? Hoe staat het team ervoor? Wie spelen erin? Kutkutkut, dit had ik beter moeten voorbereiden.
Met mijn perskaart in mijn tas, plofte ik uiteindelijk op de perstribune die ik had gevonden door vriendjes te worden met de portier van de persruimte, de enige man in dit stadion die mij niet intimideerde. Ik had mezelf ondertussen in een razendtempo ingelezen en dankte de (niet geheel onaantrekkelijke) persman op mijn blote knieën voor de lijst waar de spelers op stonden. Let the game begin.
Hier is een klein feitje wat jullie moeten weten over de perstribune: het is er boring as hell. Ik was heel blij met de gezellige stagiar van de NOS naast me, want dan had ik nog iemand om tegenaan te lullen, maar verder is er geen zak aan. Iedereen zit daar maar een beetje te zitten. Ze juichen niet, doen niet mee aan de wave, kijken alsof ze met stokken worden geslagen als ze 2 seconden hun blik van het veld afwenden en hebben overduidelijk de dresscode doe-maar-normaal-dan-doe-je-al-gek-genoeg. (ben ik even blij dat ik m'n oranje tulband thuis heb gelaten, die had niet in mijn tas gepast en dan was ik nooit meer serieus genomen).
Tijdens de rust stond het 1-0 voor Nederland dankzij een penalty en werd ik vriendelijk gevraagd 'Dat kankerding bij haar weg te houden, want ze vond er geen zak aan.' toen ik met voicerecorder in mijn hand aan een meisje vroeg wat zij van de wedstrijd tot nu toe vond. Geen vrienden in de rokersruimte.
Er werd nog vier keer gescoord door Nederland in de tweede helft en mijn kennis over voetbal groeide verrassend dankzij de NOS stagiar die niet te beroerd was mij uit te leggen was buitenspel nou eigenlijk was en wie die goals had gescoord.
Na de 70ste minuut was mijn aandacht voor de wedstrijd wel voorbij en begon ik om me heen te kijken. Achter mij zat een jongen waarvan ik zweerde dat het een homo was en naast mij twee meiden die echt niet naar de wedstrijd waren gekomen voor het spel, maar overduidelijk voor de goeie broekjes en voetbalfans. Ik wilde hun dolgraag interviewen.
Ik: 'Wat vond je van de wedstrijd?'
Homoman: 'Ach meid, die wedstrijd kan me gestolen worden. Ik kijk liever naar de goeie benen en die lekkere persvoorlichter voor jou.'
Ik: 'Jaaa, heb je hem ook gezien? Wat een stuk hè?'
Homoman: 'Zeg dat wel. Jeetje. Ik heb elk goal gemist, omdat ik aan het fantaseren was over ons toekomstige huis met geadopteerd kind.'
Ik: 'Wat vonden jullie van de wedstrijd?'
Meisjes: 'Nou, ik vond vooral die nummer 10 een lekker ding en op nummer 7 zou ik ook wel een trucje kennen.'
Ik: 'Nummer 7 ja? Oh nee, die 10 snap ik wel, maar 7?! Kom op zeg. Meiden als jullie kunnen wel iets beters krijgen.'
Meisjes: 'Ja, denk je echt? Ik weet het niet hoor. Ik trek geen volle zalen, zeker niet met mijn dijen.'
Ik: 'Doe normaal man! Jullie zijn hartstikke mooi! Ik zou een moord doen voor jouw tieten en ik ben dik vier jaar ouder dan dat jullie zijn.'
Meisjes: 'Nou, laat je niet in de maling nemen hoor. Dit is push-up van Marlies Dekkers, als ik hem uitdoe heb ik niks meer over.'
Ik: 'Ach, zo zijn we allemaal begonnen. Je moest trots zijn op wie je bent en hoe je eruit ziet. Dit is nou eenmaal wat het is en vanuit mijn oogpunt is dat zeker een 10 waard!'
Leek me leuk. Maar ik vond dat ik me aan mijn missie moest houden: professionaliteit. Dus na de wedstrijd de persruimte in, persconferentie meegemaakt van de coach en daarna naar de Mixed Zone 'Waar spelers en pers elkaar ontmoeten.'. Wat wel leuk was, was dat de coach de gang inliep, mij aankeek, even stopte en toen zei: 'Zo, hallo.'. Ik weet niet waarom, maar het deed me goed.
Ik heb uiteindelijk Zeefuik getackeld en een interview met hem gedaan. Geen super spraakzame jongen, maar dat vond ik helemaal niet erg. Naar mijn mening had ik scherpe vragen gesteld en was ik trots op het feit dat ik met een voetballer had staan praten. Ookal vond hij zijn Blackberry interessanter dan het hele interview. (ik moet misschien toch écht wat aan dat kapsel doen, waar is mijn flipping mojo?).
Ik liep aan het einde weg van het stadion met kleine vlinders in mijn buik. Ik was zo blij dat ik dit gedaan had. Ik had me ondergedompeld in de woeste wereld der sportjournalistiek, geleerd wat buitenspel was, bijna een hele wedstrijd mijn aandacht erbij gehouden, een voetballer geïnterviewd en op de perstribune gezeten.
Maar hoe leuk het allemaal ook was en hoe graag ik ook een wilde meid in een mannenwereld wil zijn, de volgende keer dat ik vier uur reis,
is het voor de uitverkoop van push-up beha's van Marlies Dekkers.
Abonneren op:
Posts (Atom)